Banner

Zoeken

UrkinWO2


UrkinWO2UrkinWO2: #nou Vandaag veel jeugdige belangstelling gehad bij onze stand op Urkerdag. Op naar volgend jaar! http://t.co/igyJ5kMQlz


UrkinWO2UrkinWO2: Welkom op #Urkerdag. Tot 16u vanmiddag boekenverkoop, frikadellen en frisdrank t.b.v. Urk in Oorlogstijd. http://t.co/6Wsqdtu11O


UrkinWO2UrkinWO2: #nou Regenachtige Urkerdag? Bij Urk in Oorlogstijd staat u droog (bij Museum 't Oude Raathuis) en wordt voor de inwendige mens gezorgd!


UrkinWO2UrkinWO2: Zaterdag 18 mei vindt de jaarlijkse Urkerdag plaats. Wij zijn aanwezig met een stand bij museum 't Oude Raathuis. Komt u ook langs?


UrkinWO2UrkinWO2: #nou Opdat wij ze niet vergeten. Lees de verhalen achter de namen op het moment op http://t.co/nW13UYZruZ.



powered by TweetXT!
Meidagen PDF Afdrukken

De oorlog breekt uit
Toen op vrijdag 10 mei 1940 de oorlog uitbrak, was de Urker vloot bezig met de visvangst op de Noordzee. Het was een tijd, waarin nog geen sprake was van grootschalig radioverkeer op de botters en bovendien had het weinige radioverkeer dat al mogelijk was een slechte ontvangst. De vissers waren zich die vrijdagmorgen dan ook niet bewust van het feit dat de Duitsers Nederland waren binnengevallen. Toen de Urker botters de haven van IJmuiden wilden binnenvaren, werden zij tegengehouden door de loodsboot. Geen idee hebbend wat er aan de hand was, wachtten de vissers tot zij om kwart voor zeven toestemming kregen om aan te meren. Op de kade werden ze opgewacht door Nederlandse militairen die de botters op te wachten om te vragen of de vissers wellicht een Engelse vloot op zee hadden waargenomen. Dit was echter niet het geval.

De vis die werd aangevoerd werd nog wel in de visafslag gekocht, maar tegen een slechte prijs. De kopers hadden immers geen idee of ze nog wel de gelegenheid zouden krijgen om de vis door te verkopen. Enkele botters werden door de Koninklijke Marine gevorderd, maar de meeste kregen toestemming om naar Urk te vertrekken. Als wachtwoord kregen zij de naam ‘Scheveningen’ mee, een naam die voor Duitsers moeilijk goed uit te spreken was in verband met de ‘sch’-klank. Dat een Urker in dialect altijd spreekt over ‘Skêveningen’ wist de legerleiding niet... Gelukkig werd geen van de botters tijdens de tocht naar Urk aangehouden. De botters die via Texel en Terschelling naar Urk waren vertrokken, waren niet in de gelegenheid geweest hun vis te verkopen. Deze werd dan ook bij aankomst onder de Urker bevolking verdeeld.

De eerste oorlogsdagen op Urk
Op die eerste oorlogsdag lag dus bijna de gehele vissersvloot in de Urker haven. In verband met de Pinksterdagen waren veel dienstmeisjes die buiten Urk dienden ook thuis. Toen het nieuws van de Duitse inval Urk bereikte, bracht dit schrik en paniek teweeg. Ongeveer honderdvijftig Urker militairen waren ten tijde van het bericht gemobiliseerd en men besefte dat deze wellicht in gevecht waren. De radio bracht al snel positieve berichten, maar de werkelijkheid was intussen een stuk minder rooskleurig. 

De tweede oorlogsdag, zaterdag 11 mei, verliep rustig op Urk. De rust op het voormalige eiland vormde een schril contrast met voorgaande Pinksterzaterdagen waarop het traditiegetrouw altijd een drukte van belang was met terugkerende Urkers en Pinkstergasten. De vloot lag werkeloos in de haven en de werkzaamheden aan de polder en in de sluisput waren stilgelegd. Burgemeester Keijzer liet luchtbeschermingsmaatregelen afkondigen en stelde zand beschikbaar om branden tegen te gaan na eventuele bomaanslagen. Ook de verduisteringsmaatregelen werden aangescherpt.

De vloot vaart uit
De Pinksterzondag verliep droevig voor de Urker bevolking. ’s Ochtends vroeg werd door veldwachter Greven bekendgemaakt dat de vloot opdracht gekregen had om naar Amsterdam te vertrekken. De Nederlandse legerleiding had namelijk het vermoeden dat de Duitsers de Urker bottervloot wilden gebruiken om het IJsselmeer over te steken en zo Noord-Holland binnen te vallen. Alles wat varen kon diende daarom de haven verlaten. Het werd een droevige uittocht. Kerkdiensten werden die ochtend niet gehouden, de gehele bevolking had zich naar de haven begeven. Boten die nog amper zeewaardig waren, werden de haven uitgesleept en liet men wegdrijven op het IJsselmeer. Zeilboten ondervonden hinder van de sterke wind die over het IJsselmeer woei. Schepen die niet varen konden, werden buiten de haven tot zinken gebracht en alle ijzer van scheepswerven en motorherstelplaatsen werd in de haven gegooid. Als laatste vertrok de salonboot Toerist, die aan boord ‘eenige plaatsgenoten’ had ‘welke behoorden tot een bepaalde beweging, wier leden door de regering gevaarlijk werden geacht’, aldus de Oprechte Urker. Bedoeld werden de Urker NSB’ers.

  

De botters kwamen ’s middags in Amsterdam aan en werden verspreid over het IJ ten anker gelegd, dit om te voorkomen dat daar vijandelijke watervliegtuigen zouden landen. De Urker passagiersboot die met de botters mee was gevaren, nam de vissers mee terug naar Urk. In de nacht van maandag op dinsdag waren de mannen dan ook weer thuis, tot grote opluchting van de bevolking.

Het begin van de Urker bezetting
De mannen van de Luchtwacht, die voor de oorlog al op de vuurtoren waren gestationeerd, hadden op zaterdag 11 mei Urk al verlaten om het krijgsgevangenschap te ontlopen. De Nederlandse vlag wapperde echter nog op de vuurtoren om het oorlogsschip dat op het IJsselmeer lag te laten weten dat Urk nog vrij was. Toen op 13 mei de eerste drie Duitse soldaten arriveerden, liet burgerluchtman Hoekstra de vlag dalen als teken voor het oorlogsschip dat Urk bezet was. Deze drie Duitsers verbleven enkele uren op het eiland met onbekende doelstelling, terwijl alle Urkers binnensdeurs bleven. Christien van Urk-Verstelle, de vrouw van de eerste ambtenaar ter secretarie, was die dag met de omroeper door het dorp gegaan om de bevolking tot kalmte te manen. Zij vertelde hierbij herhaaldelijk over het Belgische dorpje Dinant, waar de bewoners in het begin van de Eerste Wereldoorlog in opstand waren gekomen en zonder pardon door de Duitsers gefusilleerd waren. Het optreden van deze vrouw maakte diepe indruk op de Urkers en miste zijn uitwerking dan ook niet.

Dinsdag 14 mei kwamen ongeveer dertig Duitse soldaten naar Urk. Torenwachter Loosman werd met geweld gedwongen het postkantoor te wijzen en op de vuurtoren werd de radio-installatie vernield. Enkele grote verrekijkers werden meegenomen, maar de belangrijkste dingen waren tijdig veilig weggeborgen.

Deze dinsdag in mei werd ook voor Urk het begin van de Duitse bezetting. De Urker Luchtwacht werd vervangen door een Duitse Luchtwacht, die bestond uit fatsoenlijke burgermannen van zo’n veertig jaar oud. Zij maakten het de nieuwe torenwachter Schraal niet lastig. De Duitse soldaten waren gelegerd in de vismeelfabriek (nu het gebouw van Gemeentewerken) en later in Hotel Het Wapen van Urk.

Het begin van veel veranderingen
Na de capitulatie vertrokken de Urker vissers met de boot naar Enkhuizen en vandaar naar Amsterdam om hun schepen op te halen. De Nederlandse Koninklijke Marine had, in opdracht van de Duitsers, alle schepen die verspreid over het IJ ten anker lagen, aangemeerd bij de visafslag. Enkele Urker vissers voorzagen een komende olietekort als gevolg van het olie-embargo dat de Duitsers hadden uitgevaardigd. Zij probeerden dan ook de Duitse commandant te spreken te krijgen, zodat zij hem konden overtuigen van het nut van de visserij voor de voedselvoorziening. Na diverse pogingen lukte dit op maandag 20 mei. De commandant verklaarde dat zo spoedig mogelijk de olieleverantie aan de visserschepen hervat zou worden.

Urk, traditiegetrouw een vrijheidslievend en onafhankelijk eiland, was bezet. De capitulatie van het Nederlandse leger en het vertrek van koningin Wilhelmina naar Engeland op die veertiende mei werden door de bevolking vol ongeloof en verbijstering ontvangen. Goed nieuws was dat er geen slachtoffers waren gevallen onder de Urkers die tijdens de meidagen onder de wapens waren geweest. Toch zou 14 mei 1940 het begin worden van een vijf jaar durende bezetting van het eiland.