Stichting Urk in Oorlogstijd herdenkt jaarlijks op 4 mei de mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook in de decennia daarna hun leven gaven voor de vrijheid van velen. De plechtigheid vindt plaats bij het oorlogsmonument. Dit oorlogsmonument is te vinden achter het Kerkje aan de Zee.
Op het oorlogsmonument zijn de namen van dertien Urkers vermeld. In 1995 zijn aan het monument nog de drie namen van de joodse familie Kropveld toegevoegd. Achter de namen op het monument gaan levensverhalen schuil van Urkers die op één of andere manier de vrijheid met hun leven hebben moeten bekopen. Stichting Urk in Oorlogstijd wil de levens- en overlijdensgeschiedenissen van de namen op het monument doorgeven aan de volgende generatie.
Speciaal voor de Dodenherdenking 2013 hebben wij de verhalen achter de namen op het monument een plek gegeven op de website. Eerder werden deze verhalen gepubliceerd in onze uitgave 'Urk in Oorlogstijd, de geschiedenis van een vissersdorp tijdens de Tweede Wereldoorlog.'
Donderdagavond gaf historica Monika Diederichs een lezing over haar boek ‘Kinderen van Duitse militairen in Nederland’. Voor haar onderzoek naar het kaalscheren van de ‘moffenmeiden’ in Nederland, dook Monika Diederichs de archieven in en had vele heftige interviews.
Jonge meiden of vrouwen die tijdens de oorlog een relatie hadden met een Duitse militair, werden willekeurig bestraft. Ze werden gearresteerd en/of kaalgeschoren en velen werden er naar interneringskampen gestuurd. De meisjes die ook daadwerkelijk wilden trouwen werden zwaarder gestraft omdat deze ‘geestelijke verbondenheid met Duitsers’ niet werd goedgekeurd. Er bestond de opvatting dat alle vrouwen die met Duitsers waren, aanhangers van de NSB waren. Monika Diederichs ontdekte dat dit maar een derde was. Vrouwen hadden vaak een hekel aan Duitsers, behalve aan die ene. Na de oorlog werden zij gestigmatiseerd en afgewezen.
Na de oorlog waren er vele interneringskampen, die boordevol kwamen te zitten. Dan kon een vrouw naar huis worden gestuurd met een voorwaardelijke buitenvervolgingstelling. Straffen als het tien jaar ontnemen van stemrecht werden hierbij makkelijk opgelegd.
Kaalscheren na de bevrijding Sommige vrouwen ontliepen het kaalscheren, door bijvoorbeeld vroegtijdig naar een andere stad te vertrekken waar niemand hen kende. Toch werden er vanaf het begin van de bezetting al lijsten gemaakt van meisjes die met Duitse militairen gingen. Er werden vooral meisjes uit de lagere sociale klasse geschoren, zo werd er in Amsterdam-Zuid geen enkel meisje kaalgeschoren.
Het kaalscheren gebeurde vooral ter genoegdoening van de samenleving. Het was vooral een schouwspel. Het was als het ware een beroving van de seksualiteit van de vrouw, hiermee verloor ze de aandacht van mannen. Hiermee werden de spanningen onderling ook verminderd en zou een bijltjesdag worden voorkomen. De vrouwen werden na afloop ingesmeerd met pek of menie, wat gemeen zeer doet op een hoofdhuid vol wondjes.
Na het kaalscheren hielden veel vrouwen hun rug recht en droegen een tulband. Sommige vrouwen die uit solidariteit meeleefden, deden hier vervolgens aan mee waardoor er haast een trend ontstond en niet meer te onderscheiden was wie er ‘fout’ was geweest in de oorlog.
Kinderen van Duitse militairen Er werden zo’n dertien- tot vijftienduizend ‘Wehrmachtskinderen’ geboren. Velen kwamen terecht in Duitse kindertehuizen wegens de stigmatisering van de moeder. Veel Duitse militairen lieten het afweten. Na de geboorte van deze kinderen werden ze uitgegeven bij Duitse burgerlijke standen in Nederland. Na 1950 werden ze stateloos verklaard: ze waren geen Nederlands en ook geen Duits. In 1952 veranderde dit. Toch hebben veel vrouwen bewust hun kinds afkomst verzwegen. Deze kinderen hebben nog lang gevolgen ondervonden van hun afkomst, velen zelfs vandaag nog. Tot op de dag worden er beredeneerde uittreksels verstrekt, waarin de erkenning van een Duitse militair niet mag worden overgenomen. Dit is volgens het Nederlands wetboek geregeld. Wel worden er steeds vaker kopietjes meegegeven waardoor mensen ontdekken dat ze een Duitse vader hebben, dat is al een stap vooruit.
Na de oorlog werd het kaalscheren een taboe in de geschiedenis, er werd weinig over gepubliceerd. Ook omdat er natuurlijk vrijwel geen enkele vrouw over wilde praten. De laatste jaren is daar een kentering in gekomen: meer vrouwen durven hun verhaal te doen.
Nicolette de Boer
Interview UrkFM met Monika Diederichs
Historica Monika Diederichs houdt donderdag 18 april een lezing in de FlevoMeer Bibliotheek op Urk. Monika Diederichs is dochter van een Nederlandse moeder en een Duitse militair. In 2006 verscheen haar boek Wie geschoren wordt moet stilzitten. Vorig jaar schreef ze een publicatie over Kinderen van Duitse militairen in Nederland. Een grove schatting levert op dat er 13.000 - 15.000 zijn geboren. Afgelopen zaterdag was er een uitgebreid interview met Monika Diederichs op de lokale omroep UrkFM. Luister hier naar het interview!
Lezing van Monika Diederichs op 18 april 2013 om 20.00
Over kinderen van Duitsers in de oorlog
Donderdag 18 april om 20.00 uur in FlevoMeer Bibliotheek Urk houdt historica Monika Diederichs een lezing over haar boek Kinderen van Duitse militairen in Nederland. Een verborgen leven.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland tussen de 13.000 en 15.000 kinderen van Duitse militairen geboren. Het leven van deze kinderen stond en staat ook nu nog in het teken van een oorlog die ze nauwelijks hebben meegemaakt. Hun jeugd kenmerkte zich door pesterijen en afwijzing. Dat zij ‘verboden’ kinderen waren waar niemand op zat te wachten, ontdekten ze vaak pas vele jaren later. Het taboe op de afstamming zorgde naast stigmatisering en stilzwijgen voor een moeizame relatie met hun moeder en dikwijls vergeefse zoektochten naar een onbekende Duitse vader. Veel kinderen weten nu nog steeds niet dat hun vader een Duitse militair was. Over hen die het wel weten gaat Kinderen van Duitse militairen in Nederland.
Kaalgeschoren vrouwen Honderden vrouwen werden na de bevrijding kaalgeschoren. Het was een ritueel dat in verschillende regio’s bekend was als een soort volksgericht voor overspelige vrouwen en dat ook bij de bevrijding van Frankrijk en België volop was voorgekomen. Onderzoek van Monica Diederichs heeft uitgewezen dat deze openbare vernederingen vaak opzettelijk door de plaatselijke autoriteiten zijn georganiseerd om de spanningen rond collaboratie te kanaliseren. In Hillegom moet dat het geval zijn geweest, getuige de herinnering van een inwoner:
‘Zondagmiddag zag het dorp zwart van de mensen die genoegdoening wilden. Het kon gemakkelijk uit de hand lopen! De situatie werd daarom besproken door de politie en de BS met als uitkomst dat de moffenmeiden kaalgeschoren zouden worden. Voor alles gold echter dat er geen druppel bloed mocht vloeien. Daarom werden de meisjes van huis afgehaald en daar ook weer afgeleverd, Op die zondagmiddag werden vijf meisjes geknipt in de Hoftuin. De dag erna nog eens twintig.’
Het openbare kaalknipritueel is in veel gemeenten in Nederland toegepast. Het trok overal veel toeschouwers, die intens genoten van het schouwspel en weinig medelijden met de slachtoffers kenden. Deze episode is zonder twijfel een taboe in de Nederlandse geschiedenis. Er is betrekkelijk weinig over gepubliceerd – geen van de betrokkenen wilde er graag over praten. De laatste jaren is daar een kentering in gekomen. In het tv-programma Andere Tijden vertelde één van de vrouwen die door haar verkering met een Duitse militair na de bevrijding werd aangepakt over haar ervaringen. Ze werd in een leegstaand gebouw, samen met lotgenoten, door de plaatselijke kapper kaalgeschoren en door een schoolarts op geslachtsziekten onderzocht:
‘Onbeschrijflijk. Wat daar bij die schoolarts gebeurde… Maar het maakte dat ik alleen nog maar verachting voor die mensen daar voelde. Dat hielp. Naast de kapper stonden twee ouderlingen van de kerk die me elke zondag twee keer in de kerk hadden gezien. Ze zagen er op toe dat ik niet ontsnapte. Ik dacht: “Dit nekkie dat nu kaalgeschoren wordt, zal niet buigen. Nooit."
Exacte cijfers ontbreken er over de aantallen vrouwen die in het openbaar zijn vernederd vanwege hun omgang met Duitsers. In de meeste gevallen bleef het bij die voor velen traumatische ervaringen. Slechts weinigen kwamen daarna in de interneringskampen terecht.
Over Monika Diederichs Monika Diederichs is historica en dochter van een Nederlandse moeder en een Duitse militair. In 2006 kwam haar boek Wie geschoren wordt moet stilzitten. De omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen uit en leverde eerder een bijdrage aan een Noors onderzoek over Europese kinderen die in de periode 1940-1945 zijn geboren uit relaties tussen autochtone vrouwen en Duitse militaien. Ook werkte ze mee aan het boek Children of World War II. The hidden enemy lagacy.
Tijdens de avond is er tevens de gelegenheid het boek van Diederichs te kopen en te laten signeren. Kaarten zijn verkrijgbaar door een mail te sturen naar
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
of bij de ingang van de bibliotheek.
Terugblik op druk jaar
Stichting Urk in Oorlogstijd in 2012
De in 2007 opgerichte stichting Urk in Oorlogstijd heeft tot doel de Urker oorlogsgeschiedenis opnieuw onder de aandacht te brengen bij de Urker bevolking, en specifiek bij de jongeren. Vanuit de gedachte dat kennis van het verleden belangrijk is, poogt de stichting het ‘grote’ verhaal van de Tweede Wereldoorlog dichter bij huis te brengen door in te zoomen op de oorlogsgeschiedenis van het voormalige visserseiland Urk. De website van de stichting, www.urkinoorlogstijd.nl, is een platform voor iedereen die in het onderwerp is geïnteresseerd. Oorlogsgebeurtenissen, themaverhalen, nieuwsitems en zelfs een digitaal museum zijn op de site te vinden. Sinds de oprichting heeft de stichting al veel bereikt. Een lespakket, een uitgebreide documentaire, een boekje, verschillende tentoonstellingen en een steeds uitbreidende website zijn slechts enkele voorbeelden. Ook werkt de stichting mee aan televisieprogramma’s van Omroep Flevoland en nieuwsartikelen op herdenkingsdagen. De stichting houdt zich actief bezig met oral history. Getuigenissen van Urkers worden vastgelegd op video en bewaard voor het nageslacht. 2012 was een druk jaar voor stichting Urk in Oorlogstijd.
Lezingen Woensdagmiddag 11 januari 2012 verzorgde Lenie Bolle een lezing over de Urker oorlogsgeschiedenis tijdens een ouderenmiddag van een plaatselijke kerk. Aan de hand van foto’s werden de toehoorders meegenomen door vijf jaren van bezetting en bevrijding. Sommige foto's riepen herinneringen op, andere lieten juist onbekende aspecten zien. Al met al een interessante middag.
Zaterdagochtend 11 februari 2012 verzorgden Robert Hofman en Pieter Hoekstra op uitnodiging van de vereniging Vrienden van Schokland een lezing op het voormalige eiland Schokland. De lezing richtte zich op de luchtoorlog boven Urk en omgeving. De stichting kon laten zien met welk onderzoek zij zich bezig houdt. Ook bleek deze ochtend een uitgelezen mogelijkheid om met behulp van de toehoorders nieuwe feiten te ontdekken over onbekende foto's. Opkomst en bijdragen vanuit het publiek toonden weer aan dat er nog steeds veel interesse is voor dit onderwerp.
Geschiedenis Online Prijs 2011: de 13e plek De website www.urkinoorlogstijd.nl heeft meegedongen voor de Geschiedenis Online Prijs 2011, de prijs voor de beste historische website van Nederland. Op 14 februari 2012 werd www.deurnewiki.nl tot winnaar uitgeroepen. Stichting Urk in Oorlogstijd deed voor het eerst mee en is blij met het resultaat: de 13e plek in een race tussen meer dan 200 websites!
1 april-grap met bunker op Urker haventerrein Na jaren met het idee rondgelopen te hebben, kwam het er dit jaar van: een 1 aprilgrap om het werk van de stichting op een ludieke manier bij de Urker bevolking onder de aandacht te brengen. De stichting bracht het plan naar buiten dat ze de bunker wilde herbouwen, die tijdens de oorlog dienst deed op de haven. Een artikel in de plaatselijke krant en een 3D-film op de stichtingswebsite beloofden een bunkermuseum en een ware trekpleister voor toeristen. De vele serieuze en grappige reacties op deze plannen leverden positieve publiciteit op.
Indrukwekkende herdenkingsreis voor omgekomen Urkers Van 2 tot 4 mei reisde stichting Urk in Oorlogstijd met een gezelschap van 18 personen naar Duitsland om de voetsporen te volgen van twee Urker verzetsmannen die daar tijdens de oorlog omkwamen: Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp. Het reisgezelschap bestond grotendeels uit nazaten en familieleden van beide mannen. Het idee voor de reis was ontstaan bij Janneke Brouwer, een achterkleinkind van Pieter Hakvoort. De reis startte op Urk in Wijk 1-20, het huis waar Pieter Hakvoort in 1944 was opgepakt. Via kamp Amersfoort, kamp Meppen-Versen en een expositie over de Emstland-kampen, reisde het gezelschap naar Neustadt, waar op 3 mei werd de jaarlijkse herdenking van de ondergang van het cruiseschip Cap Arcona werd bijgewoond. Tijdens de derde dag bezocht de groep het voormalig concentratiekamp Neuengamme, waar Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp voor het laatst samen waren. Pieter Hakvoort overleed in dit kamp, Andries kwam later op de Cap Arcona om. De reis werd afgesloten tijdens de Dodenherdenking op Urk, waar het reisgezelschap kransen legde voor beide omgekomen mannen.
Uitzendingen op Omroep Flevoland Stichting Urk in Oorlogstijd werkte mee aan twee televisieprogramma’s van Omroep Flevoland. Eén uitzending vertelde het verhaal van de Urker geheim agent Pieter Hoekman (1917-1943), de andere het verhaal van Louis Cohen, een Joodse onderduiker die tijdens de oorlog bij een Urker gezin was ondergedoken. De stichting arrangeerde een Skypegesprek tussen Anna Kramer, dochter uit het onderduikgezin, en de onderduiker Louis Cohen in Australië, inmiddels 86 jaar oud. Een bijzonder en ontroerend gesprek, 67 jaar na de bevrijding. Stichting Urk in Oorlogstijd leverde gegevens en materiaal voor beide uitzendingen.
Urkerdag Veel mensen in de Urker klederdracht, waslijnen door de straat en heerlijk gebakken visjes. Op 26 mei was het de jaarlijkse Urkerdag. Met een stand vlak voor ’t Oude Raathuis was de stichting present. De vitrinebak met diverse collectievoorwerpen trok veel bekijks en ook de jeep, die op dezelfde plek stond als de jeep met de eerste Canadese bevrijders in april 1945, was populair: voor een klein bedrag mochten zij hiermee op de foto. In samenwerking met de plaatselijke kringloopwinkel Waypoint werden boeken over de oorlog verkocht. Bezoekers konden de documentaire op een scherm bekijken. Urkerdag 2012 was een zonovergoten, druk bezocht evenement, waarop de stichting veel contacten heeft kunnen leggen.
Family Fair in Genemuiden De geschiedenis van Urk tijdens de Tweede Wereldoorlog is niet enkel voor Urk interessant: ook op de Family Fair in Genemuiden bleek er veel interesse voor te zijn. Zaterdag 30 juni vond deze op initiatief van de plaatselijke Hersteld Hervormde Kerk plaats met als thema ‘Leger’. Stichting Urk in Oorlogstijd was op verzoek van de organisatie aanwezig. De documentaire werd afgespeeld en boeken werden verkocht. Ook de vitrinekist met voorwerpen bleek weer flink in trek. Het zonnetje scheen volop en het evenement werd druk bezocht. Stichting Urk in Oorlogstijd kijkt terug op een geslaagde dag.
Excursie naar Legermuseum Delft Jaarlijks plant het stichtingsbestuur een excursie, waarbij contacten worden gelegd met collega-stichtingen of andere oorlogsgerelateerde instellingen. Dit jaar werd op 25 augustus een bezoek gebracht aan het Legermuseum in Delft.
Succesvolle actie ‘Niet weggooien’ Een oproep via de website en de plaatselijke krant om voorwerpen en documenten uit de Tweede Wereldoorlog beschikbaar te stellen heeft veel succes gehad. De voorwerpen die de stichting ontving varieerden van persoonsbewijzen tot foto’s en van distributiestamkaarten tot boeken.
Yad Vashem aanvraag voor joodse onderduiker Louis Cohen Stichting Urk in Oorlogstijd heeft het initiatief genomen om een aanvraag in te dienen voor een Yad Vashem onderscheiding. De onderscheiding is aangevraagd voor het gezin dat de joodse onderduiker Louis Cohen tijdens de oorlog onderdak heeft geboden. De aanvraag wordt momenteel in Jeruzalem behandeld. Naar verwachting wordt in begin 2013 duidelijk of de aanvraag is toegekend.
Samenwerking met stichting Urker Botter Stichting Urk in Oorlogstijd heeft in 2012 een samenwerking gestart met stichting Urker Botter. Deze stichting is eigenaar van een monumentale botterschuur op de haven, die momenteel grondig wordt verbouwd en als cultureel-historisch centrum zal worden ingericht. Het ligt in de bedoeling dat stichting Urk in Oorlogstijd in dit verbouwde pand een archiefruimte zal krijgen, waar ook de militariacollectie bewaard kan worden. De verbouwing van de botterschuur zal naar verwachting in het voorjaar van 2013 worden afgerond.
Toekomstplannen Voor 2013 heeft de stichting weer de nodige projecten op de planning. Rond mei zal een expositie in de plaatselijke bibliotheek worden ingericht. Momenteel wordt onderzocht hoe de website verder uitgebreid kan worden en hoe de collecties en archieven van de stichting online doorzoekbaar kunnen worden. Ook zijn er plannen voor een nieuwe uitgave in 2015. Stichting Urk in Oorlogstijd hoopt ook in 2013 verder te werken aan het verwezenlijken van haar ambitie: de Urker oorlogsgeschiedenis uitdiepen en gebruiken om mensen te interesseren voor geschiedenis in het algemeen en Urk en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder.